Het debat over racisme binnen onze samenleving raakt steeds verder gepolariseerd, met als extreme polen ‘de boze zwarte vrouw ’en ‘de boze witte man’. Reacties beperken zich vaak tot het ondersteunen, dan wel afwijzen, van een van beide polen. Dit draagt vooral bij aan meer polarisatie. Een benadering, waarbij de complexiteit van de problematiek erkend wordt en verschillende perspectieven geanalyseerd worden is constructiever dan simplificeren tot twee polen.
Een voorbeeld van hoe een complexe situatie versimpeld wordt is het vertrek van Seada Nourhussen als columnist van Trouw. Dit dreigt gereduceerd te worden tot ‘zwarte vrouw als slachtoffer van witte mannen’, terwijl de realiteit bestaat uit een veelvoud van perspectieven die naast elkaar kunnen bestaan, zonder oppositioneel te hoeven zijn.
Zowel Trouw als Nourhussen zelf brachten een verklaring uit over haar besluit om te vertrekken. Trouw noemt als aanleiding voor haar vertrek de continue stroom van bagger die zij de afgelopen jaren over zich heen kreeg. Uit de verklaring van Nourhussen wordt echter duidelijk dat haar vertrek niet alleen te verklaren is door deze voortdurende haataanvallen via social media, maar ook door gebrek aan sensibiliteit voor haar positie als zwarte vrouwelijke opiniemaker binnen haar eigen organisatie. Nourhussen noemt als een van de voorbeelden het interview in haar krant met schrijver Babah Tarawally naar aanleiding van zijn boek ‘gevangen in zwart wit denken’. Hierin vraagt een ex-collega journalist wat Tarawally van de activistische aanpak van Nourhussen vindt. Dit is de start van een nieuw gepolariseerd debat. Plots lijkt het alsof we moeten kiezen tussen Babah Tarawally, die als zwarte man de vreedzame verbinder representeert en Seada Nourhussen, die als zwarte vrouw de boze activist representeert. Gelijkenissen doemen op met twee iconen uit de strijd tegen racisme: Nelson en Winnie Mandela.
Het is belangrijk te erkennen dat Nourhussen als zwarte vrouw zich in een specifieke positie bevindt, waardoor we meer inzicht krijgen in haar situatie zonder dat we alles hiermee proberen te verklaren. De theorie van intersectionaliteit of kruispuntdenken, die Crenshaw in Amerika ontwikkelde en die in Nederland vooral bekendheid heeft door het werk van Gloria Wekker en Sylvana Simons kan meer inzicht verschaffen in de machtsdynamiek waar zwarte vrouwen mee te maken hebben. Zwarte vrouwen bevinden zich in twee groepen, die in de maatschappij traditioneel minder machtig zijn, vrouwen en zwarte mensen en zijn daardoor kwetsbaarder dan witte vrouwen of zwarte mannen. Misschien ervaart Nourhussen het daarom wel als extra pijnlijk dat haar collega journalist, een witte vrouw en een collega publicist, een zwarte man, haar manier om racisme aan te kaarten afzetten tegen de benadering van Tarawally zonder oog voor haar specifieke positie als zwarte vrouw. Aan de andere kant moeten we er voor waken alles te willen verklaren door het label ‘zwarte vrouw’.

In het debat over intersectionaliteit wordt vaak over het hoofd gezien dat het geen kruispunt met eenrichtingsverkeer is in een statisch geheel, waarbij het alleen gaat om het onderscheiden als groep die op overeenkomstige kenmerken wordt gediscrimineerd. Met het creëren van een groep als ‘zwarte vrouwen’, verstevig je ook identiteiten als ‘zwart’, ‘vrouw’ en ‘zwarte vrouw’, waardoor je het gevaar loopt geen oog meer te hebben voor de diversiteit binnen deze groepen. De richting van het afbreken van deze vaste identiteiten is dus ook belangrijk en juist dat is wat Tarawally met zijn boek beoogt. Hij wil de diversiteit binnen de zwarte gemeenschap en binnen de witte gemeenschap laten zien. De perspectieven van Nourhussen en Tarawally zijn allebei noodzakelijk om meer inzicht te krijgen in dynamieken die ten grondslag liggen aan uitsluiting. Ze zijn niet oppositioneel, maar vullen elkaar aan. Juist daarom moeten we niet mee gaan in een gepolariseerd denken tussen Nourhussen die gerepresenteerd wordt als de boze activist en Tarawally die gerepresenteerd wordt als de vreedzame verbinder. Hoe Nourhussen bejegend wordt heeft te maken met een positie waar veel zwarte vrouwen die hun stem laten horen mee te maken hebben, maar daarmee kan ze niet alle zwarte vrouwen of alle zwarte mensen representeren. Nourhussen maakt ons bewust van het eerste en Tarawally van het tweede. Het vergt enorm veel lef, kwetsbaarheid en helder analyserend vermogen om de dingen zo te benoemen als zij beiden doen en dit verdient vooral respect en steun. Vanuit mijn positie als witte vrouw is het gemakkelijker om me afzijdig te houden in dit debat, maar hoewel ik niet rechtstreeks geraakt wordt, heeft het ook op mij betrekking. Juist omdat we in een complexe en dynamische wereld leven, hebben we verschillende stemmen nodig en moeten we ons blijven afvragen wat onze eigen positie is, welke stemmen nog meer niet gehoord worden en welke kruispunten we nog meer over het hoofd zien. Is het bijvoorbeeld wel zo vanzelfsprekend dat de zwarte vrouw minder macht heeft in alle sectoren van de Nederlandse samenleving dan de zwarte man? Binnen het intellectueel domein, waaronder media en de academische wereld, zie en hoor ik vaker zwarte vrouwen, dan zwarte mannen. De Amerikaanse filosoof Tommy J. Curry pleit dan ook voor meer onderzoek naar racisme specifiek gericht tegen zwarte mannen en de kwetsbare positie waar zij vaak in verkeren.
Het erkennen van de complexiteit van de problematiek van racisme en van een veelvoud aan kruispunten die context gebonden zijn, draagt bij aan een onderzoekende houding. Juist dat is wat er nodig is als we weer beweging willen krijgen in een gepolariseerd debat. Als we categorieën blijven reduceren tot zwart-wit en man-vrouw, zullen we andere kruispunten over het hoofd zien en zullen we ons steeds verder vast zetten. De oplossing is niet om ons terug te trekken uit het debat of om ons afzijdig te houden, maar om zorg te dragen voor een veilige omgeving waarin mensen hun stem kunnen laten horen. Als we de enorme diversiteit aan invalshoeken zien van verschillende mensen, kunnen we onderzoeken hoe stemmen elkaar aanvullen in plaats van elkaar tegenspreken.