office
Toen ik gevraagd werd om de lezing voor de Dies Natalis 2017 van de UvH te geven was ik verheugd: Afrikaanse filosofie werd als relevant gezien voor de Westerse maatschappij! Tegelijkertijd twijfelde ik. Ben ik, witte Westerse vrouw, de juiste persoon om hier over te spreken? Inhoudelijk wel. Ik ben promovenda aan de UvH en heb me gespecialiseerd in interculturele en Afrikaanse filosofie op de universiteiten van Amsterdam, Accra en Montevideo. Daardoor ben ik juist bewust geworden van de redenen waarom we zo weinig van andere filosofieën horen. Niet alle stemmen krijgen hetzelfde podium. Er is dus juist behoefte aan andere sprekers, andere verhalen en andere manieren van overdracht. In het geval van deze Dies Natalis ontstond deze meerstemmigheid in de samenwerking met beeldend kunstenaar Valentine Efijong en verhalenverteller Izzy.

In september stond ik voor eenzelfde dilemma. Ik was uitgenodigd om te spreken over ‘Marginalisation of Women in African Philosophy’, op de Universiteit van Calabar, Nigeria. Het thema ligt mij na aan het hart, want wat als er dadelijk ruimte is voor andere filosofieën, maar we horen alleen maar mannen? Dit is geen specifiek Afrikaans probleem. In Europa doen we het wat dat betreft niet beter. Wie ben ik dan om hier in Nigeria over te spreken? De presentatie van mijn paper was dan ook vooral een aanleiding om te luisteren naar Afrikaanse filosofen. Van een van hen, Sophie Oluwole, nam ik het boek mee terug naar Nederland. Zij zal het dit voorjaar, wanneer het in het Nederlands verschijnt, zelf komen toelichten.

Ook in Nederland zijn er plekken waarbij ik me afvraag of ik de juiste persoon ben om te spreken, zoals in het Wereldmuseum. Zij benaderden mij om een lezing te geven over Afrikaanse filosofie en kunst bij de expositie Afrika 010. Het merendeel van de kunstwerken komt uit de koloniale tijd. Juist hier is het essentieel dat er andere stemmen over deze geschiedenis gehoord worden. In plaats van het geven van een lezing, ging ik samen met kunstenaar Patricia Kaersenhout en het publiek in dialoog. In de teksten bij de tentoonstelling wordt de slavernij in een bijzin genoemd en wordt naar de relatie van Nederland met de Afrikaanse koloniën verwezen als ‘goede handelsbetrekkingen.’ Met hamers en spijkers konden bezoekers de teksten deconstrueren en schiepen zij ruimte voor dat wat niet gezegd werd. Sommige spijkers werden krom geslagen in de pijnlijke woorden, andere spijkers werden fier rechtop gezet in woorden die ze wilden bekrachtigen. Zo kwam er een andere geschiedenis naar boven en bleek er behoefte aan het complete verhaal, nieuwe vertellingen en inzicht in wie de teksten had geschreven. De vraag ‘waar ik sta’ kan niet los gezien worden van de geschiedenis die daaraan vooraf ging.

Het is niet zo verwonderlijk dat ik steeds word gevraagd om over Afrikaanse filosofie te spreken. Er is gebrek aan diversiteit in de filosofie! Dat we in onze huidige globale tijd voornamelijk Westerse filosofie onderwijzen is vreemd. Waarom zou je als jonge zwarte vrouw filosofie gaan studeren als je weet dat je dan alleen inzicht krijgt in hoe Westerse mannen over de wereld na hebben gedacht? Op genoemde plekken ontstaat ruimte voor verandering. Hopelijk is dit uitnodigend voor studenten en blijft ‘waar ik sta’ een continue zoektocht.

Voor mij was deze speech van Roxane Gay inspirerend. Zij weet waar ze staat.